Italiaanse druivensoorten

Meer info

Hitsoorten als Chardonnay en Cabernet Sauvignon treft men ook in Italië aan, maar daarnaast beschikt het land over een overweldigend aantal eigen variëteiten. Enkele voorbeelden hiervan zijn de rode Sangiovese, Montepulciano, Nebbiolo en Primitvo, en de witte Trebbiano en Vernaccia. Uitzonderlijk en uniek is dat Italië beschikt over wijnbouw in alle gewesten, van het hoge noorden tot in het diepe, snikhete zuiden.

Aan deze verscheidenheid dankt Italië zijn brede scala aan uitstekende wijnen, met oneindige variatie wat betreft kleur, smaak en geur. Echter brengt dit ook een kantteking met zich mee: het duizelingwekkende aantal wijnen met daarbij horende (herkomstbenaming) zorgt ervoor dat de mensen door de bomen het bos niet meer zien. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat Italianen beschikken over grenzeloze creativiteit wat ze niet altijd in de juiste marketingbanen weten te leiden. Italië is eeuwenlang een land geweest van onafhankelijke regio’s met elk een eigen identiteit in taal en gebruiken. De verbondenheid van een Italiaan is ook niet Italië of de Provincie, maar werkt juist andersom. Eerst is er de Familie, dan komt zijn dorp en daarna de streek met de nabijgelegen stad. Vandaar dat er op wijngebeid zelden of nooit promotie wordt gemaakt voor een streek. 

De laatste jaren is er ook een sprong vooruit gemaakt in kwaliteit en ik verwacht dat het einde allerminst in zicht is. Dit was echter voorheen anders. Wijn ging vroeger hand in hand samen met het Italiaanse leven, maar de kwaliteit liet soms de wensen over. De meeste Italianen kochten een Damigiana (grote mandfles van 54 liter) en bottelden deze thuis in Fiaschi (mandfles van 1 tot 2 liter). Ze werden rechtop in de kelder bewaard met enkel een drupje olijfolie als afsluiting. Dure wijn in echte flessen was toentertijd alleen weggelegd voor trouwerijen of kerstmis.